Derogatie GLMC7 en GLMC8 in 2023

De Europese Commissie heeft aan lidstaten de mogelijkheid geboden om voor het jaar 2023 toe te staan dat er wordt afgeweken van de GLB-eisen met betrekking tot GLMC7 (gewasrotatie) en GLMC8 (niet-productief areaal) ten behoeve van de teelt van gewassen voor humane voedselproductie, dus geen gewassen voor veevoer. De teelt van maïs, sojabonen of hakhout met korte omlooptijd is niet toegestaan. Verder geldt de afwijking van GLMC8 alleen voor braakliggend land en niet voor andere niet-productieve elementen.

Het voorstel wordt nu voorgelegd aan de lidstaten en moet dan nog formeel ‘geadopteerd’ worden. Het is uiteindelijk aan de lidstaten zelf om wel of niet gebruik te maken van deze mogelijkheid.

Zie hier het persbericht van de Europese Commissie. De belangrijkste punten daaruit:

  • naar inschatting komt hiermee circa 1,5 miljoen hectare ‘vrij’ voor de teelt van gewassen voor humane voedselproductie; de teelt van gewassen die voor veevoer geteeld worden, zoals maïs en soja, wordt uitgesloten;
  • deze afwijking van de eisen is tijdelijk en geldt alleen voor 2023, en is daarnaast beperkt tot datgene wat ‘strikt noodzakelijk is’ om het issue van wereldwijde voedselzekerheid als gevolg van Ruslands “war of aggression” te adresseren;
  • in het voorstel staat aangegeven dat lidstaten die gebruik willen maken van deze mogelijkheid deelname aan de eco-regeling en het ANLb moeten ‘bevorderen’;
  • verder benadrukt de Europese Commissie dat zij volledig gecommitteerd is en blijft aan de doelen uit de Green Deal, want “ook de lange-termijn duurzaamheid van ons voedselsysteem is fundamenteel voor de voedselzekerheid”. Daarom is het van belang dat de transitie naar een weerbare en duurzame agrarische sector wordt voortgezet, in lijn met de ‘van-boer-tot-bord’-strategie, Biodiversiteitsstrategie en de Europese Natuurherstelwet die in de maak is.

Zie hier de betreffende uitvoeringsverordening van de Europese Commissie.

Reactie ministerie van LNV

Het ministerie van LNV heeft in een recente Kamerbrief aangegeven gebruik te zullen maken van deze mogelijkheid om in 2023 af te wijken van de eisen van GLMC7 en GLMC8.

In de Kamerbrief wordt hierover het volgende gezegd:

“Ofschoon het in Nederland niet substantieel zal bijdragen aan een verhoging van de voedselproductie, omdat in ons land weinig landbouwareaal braak ligt, wordt het van belang geacht het gelijk speelveld binnen de EU te waarborgen, te meer er nog grote opgaven voor de Nederlandse boer in het verschiet liggen. Door gebruik te maken van de derogaties krijgen boeren ook iets meer tijd om aan het nieuwe GLB te wennen, met name waar het gaat om GLMC8. Uit onder andere de 2e praktijktoets van de eco-regeling is naar voren gekomen dat boeren, met name akkerbouwers, in het begin van het nieuwe GLB veel moeite zullen hebben om aan de GLMC8 te voldoen. In 2024 zullen er meer eco-activiteiten voor akkerbouwers mogelijk zijn in de eco-regeling.”

Onduidelijkheid over gevolgen voor eco-regeling en ANLb

Het is nog onduidelijk hoe de derogatie van GLMC7 en GLMC8 doorwerkt op de eco-regeling en het ANLb. In de Kamerbrief wordt namelijk ook nog het volgende gezegd:

“Omdat de Commissie bij het uitbetalen van een vergoeding voor de eco-activiteit vast lijkt te houden aan de conditionaliteit, bestaat het risico dat deze derogaties impact zullen hebben op de deelnamebereidheid, en daarmee ambitie, aan de eco-regeling. Dit geldt overigens ook voor het ANLb. In overleg met de Commissie zal bekeken worden of en in welke mate dit risico zoveel mogelijk kan worden beperkt. De Commissie stelt tegelijk dat beide derogaties, bezien over de gehele GLB-periode, niet mogen leiden tot een afname van de ambitie op de groenblauwe architectuur.”

Dit zou kunnen betekenen dat boeren die mee willen doen aan de eco-regeling en/of het ANLb wél gewoon moeten voldoen aan GLMC7 en GLMC8. LNV is hierover in gesprek met de Europese Commissie, met als inzet dat de mogelijkheid tot afwijken van GLMC7 en GLMC8 óók geldt bij deelname aan de eco-regeling en het ANLb.